Roddelen werkt?!

Een intervisie methodiek

De afgelopen week was roddelen nogal in het nieuws omdat Lea Ellwardt op 30 juni aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveerde op het onderwerp “Roddelen op de werkvloer.”
Een van de uitkomsten was dat roddelen niet perse slecht is en soms juist leidt tot vriendschap. Mijn visie; rodelen is onuitroeibaar, het gebeurt altijd en overal. Maar net als onkruid  moet je blijven wieden anders overwoekert het je hele tuin.
In dit artikel ga ik in op de intervisie methodiek “roddelen”, deze methodiek werkt verrassend goed, alleen is naam verkeerd gekozen.

De intervisie methodiek “roddelen” is beschreven in het Praktijkboek Intervisie van Monique Bellersen en Inez Kohlmann.
Wat is roddelen: “Kwaadspreken, praten over derden in ongunstige zin, met een zeker genoegen wat men aan slechts van iemand meent te weten aan derden vertellen” (van Dale).
Dus niet iets wat je op de werkvloer wilt stimuleren. De kern van de methodiek is dat je constructief over iemand spreekt die niet deelneemt aan het gesprek.
Het doet mij denken aan het bewust toepassen van indirect complimenteren, wat in het boek “Simpel” van Louis Cauffman (oplossingsgericht werken) wordt beschreven. Een indirect compliment is een compliment dat niet tegen betrokkenen wordt geuit maar wel door betrokkene wordt gehoord. Indirecte complimenten zijn bijzonder krachtig.
Ik heb deze methodiek als begeleider in veel intervisiegroepen toegepast en mijn ervaringen zijn bijzonder positief. Nu naar de methodiek, in mijn eigen aangepaste versie.

Stap 1 Informatiefase
A. de inbrenger brengt de probleemsituatie in met een duidelijke vraagstelling
B. enkele minuten pauze, waarin iedereen voor zichzelf vragen kan formuleren ter verheldering van het probleem. Belangrijk is dat het in deze fase gaat om verheldering, niet om oplossingen.
C. iedereen stelt beurtelings één vraag, inbrenger beantwoordt direct alle vragen
D. het vragen stellen gaat net zo lang door tot alle vragen gesteld zijn, of als de vastgestelde tijd verstreken is

Stap 2 Analysefase
A. de inbrenger wordt verzocht buiten de groep te gaan zitten, of zich om te draaien, zodat hij niet meer direct tot de groep behoort.
B. De groepsleden gaan “roddelen”, dat wil zeggen dat zij spreken over de inbrenger in de derde persoon. De groep gaat met elkaar in gesprek over hun ideeën ten aanzien van het probleem en de inbrenger. Men probeert tot een of meerdere analyses te komen. De inbrenger zwijgt en noteert wat hem het meeste treft. De gespreksleider bewaakt de veiligheid van de inbrenger. Het is de bedoeling om zo vrijuit mogelijk over de inbrenger te spreken, waarbij de intentie uiteraard is dat het een bijdrage moet leveren voor het probleemoplossend vermogen van de inbrenger.

Stap 3 Opbrengst en reflectie
De inbrenger vertelt wat hem het meest heeft getroffen, wat hem het meest heeft verbaasd en wat hem het meeste inzicht gaf. Hij geeft aan waarmee hij iets kan. De groepsleden vertellen hoe het voor hen was en wat hen heeft opgeleverd. Vragen ten aanzien van de reflectie; “hoe heb jij het ervaren?” en “wat heb je gehoord dat je anders niet hoort? “

Stap 4 Evaluatie van de intervisie-bijeenkomst
De gespreksleider evalueert de intervisiebijeenkomst met inbrenger en de deelnemers. De evaluatie is gericht op:
• Resultaten van de behandeling van de casus
• Hoe verliep de bijeenkomst, het proces
• De casus als leersituatie en het succes van de toegepaste methode
• De rol van de gespreksleider als dit bij toerbeurt door één van de groepsleden zelf wordt gedaan

Stap 5 Afspraken maken voor de volgende bijeenkomst

Meer informatie over dit onderwerp is te vinden op de site: www.praktijkboekintervisie.nl